ECLI:NL:RBMNE:2024:5029
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing urgentieverklaring woning wegens onjuiste grondslag
Eiseres vroeg een urgentieverklaring voor een woning aan, welke door het college van burgemeester en wethouders van Almere werd afgewezen op grond dat zij de situatie zelf had veroorzaakt. De rechtbank oordeelt dat eiseres zich in een acute noodsituatie bevond en deze situatie niet zelf heeft veroorzaakt of had kunnen voorkomen. Hierdoor is het besluit deels gebaseerd op een onjuiste grondslag en wordt het vernietigd.
De rechtbank stelt echter vast dat eiseres niet heeft voldaan aan de voorwaarde dat zij er alles aan heeft gedaan om haar woonprobleem op te lossen. Zo is zij pas in 2023 actief gaan zoeken naar een andere woning terwijl zij dit al eerder had moeten doen. Ook slaagt haar beroep op de hardheidsclausule niet omdat het college dit alleen in zeer uitzonderlijke gevallen toepast en eiseres en haar kinderen momenteel niet dakloos zijn.
Verder oordeelt de rechtbank dat het college niet in strijd handelt met artikel 8 EVRM Pro of artikel 3 IVRK Pro. Het belang van een rechtvaardige woonruimteverdeling weegt zwaarder dan het belang van eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en eiseres krijgt geen urgentieverklaring.