ECLI:NL:RBMNE:2024:3900
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering teveel betaalde WAO-uitkering na eenmalige verkoop onroerend goed
Eiser ontvangt een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% en heeft daarnaast inkomsten uit zijn eigen onderneming. Het UWV heeft achteraf vastgesteld dat de uitkering over 2021 op basis van een fictieve arbeidsongeschiktheidsklasse van 45-55% had moeten worden berekend, waardoor €13.376,22 te veel is betaald. Dit bedrag moet volgens het UWV worden terugbetaald.
Eiser betoogt dat de hoge omzet in 2021 vooral het gevolg is van een eenmalige verkoop van garageboxen, die deel uitmaakten van zijn bedrijfsvermogen, en dat deze verkoop niet behoort tot de normale bedrijfsvoering. Hij stelt dat dit geen aanleiding mag zijn voor herziening en terugvordering van de WAO-uitkering. Het UWV stelt dat de verkoop onderdeel was van de fiscale winst en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om hiervan af te wijken.
De rechtbank overweegt dat zij niet mag toetsen aan algemene rechtsbeginselen en alleen in zeer uitzonderlijke gevallen mag afwijken van de fiscale winst als grondslag voor de inkomensvaststelling. De incidentele winst uit de verkoop van de garageboxen is onvoldoende om van het wettelijke systeem af te wijken. Eiser blijft verantwoordelijk voor zijn fiscale keuzes, ook al was hij niet op de hoogte van de gevolgen voor zijn WAO-uitkering.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand. Eiser hoeft het griffierecht niet terug te krijgen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van te veel betaalde WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.