Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 mei 2024;
- een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 12 juni 2023, inhoudende de verklaring dat hij ‘coke’ kocht vanaf 16 juni 2022;
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 mei 2024;
- een proces-verbaal van bevindingen van 11 maart 2023, inhoudende het aantreffen van verdovende middelen in de auto van de zus van verdachte;
(de rechtbank begrijpt: [A] ), is van mij. Ik heb dit geld opgespaard: een deel is van mijn handel in cocaïne en een deel is van mijn handel in lachgas.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
- de drugs en parafernalia zal onttrekken aan het verkeer/verbeurd zal verklaren;
- het geldbedrag verbeurd zal verklaren;
- zal gelasten dat de overige goederen op de beslaglijst worden teruggegeven aan verdachte.
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 55, 57, 63 en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 10 en 13a Opiumwet;
12.BESLISSING
- verklaart het onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het onder rubriek 5 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in
- bepaalt dat van de gevangenisstraf
- stelt daarbij
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- wijst de vordering toe;
- gelast de tenuitvoerlegging van de door de economische politierechter van deze rechtbank, bij vonnis van 18 oktober 2021 opgelegde en nog niet eerder tenuitvoergelegde voorwaardelijke geldboete van € 1000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen.