ECLI:NL:RBMNE:2024:3295
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid tweede beroep wegens lopende dwangsomtermijn in Woo-procedure
Eiser had op 19 april 2023 een Woo-verzoek ingediend bij de staatssecretaris van Financiën. Nadat de staatssecretaris niet tijdig had beslist, stelde eiser haar op 13 juni 2023 in gebreke en startte op 10 juli 2023 een beroep tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en legde een dwangsom op met een termijn van twee weken om alsnog te beslissen.
De staatssecretaris besloot niet binnen deze termijn, waarna eiser op 13 februari 2024 een tweede beroep instelde tegen het uitblijven van het besluit. De rechtbank behandelde dit beroep op 9 april 2024, waarbij eiser zich had afgemeld. De rechtbank oordeelde dat het tweede beroep niet-ontvankelijk is omdat de dwangsomtermijn van 150 dagen nog loopt en eiser met het tweede beroep niets meer kan bereiken dan met het eerste.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin de dwangsomtermijn wel was verstreken, waardoor daar wel sprake was van procesbelang. In deze zaak ontbreekt dat procesbelang, waardoor de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelde en het griffierecht niet terugbetaalde. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het tweede beroep tegen het uitblijven van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard omdat de dwangsomtermijn nog niet is verstreken en eiser geen procesbelang heeft.