Verzoekster woont met haar drie minderjarige kinderen in een woning waar op 24 april 2024 een explosie plaatsvond. De burgemeester sloot de woning voor 30 dagen vanwege ernstige verstoring van de openbare orde. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter beoordeelde de rechtmatigheid van het besluit en concludeerde dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 174a van de Gemeentewet, dat sinds 1 januari 2024 is verruimd. De explosie werd als ernstig geweld aangemerkt, passend binnen de wettelijke grondslag.
Verder oordeelde de voorzieningenrechter dat de sluiting noodzakelijk was vanwege veiligheidsrisico’s voor omwonenden en het ontbreken van alternatieve, lichtere maatregelen. De belangenafweging wees uit dat het algemene belang van openbare orde zwaarder woog dan het belang van verzoekster, mede omdat zij en haar kinderen een vervangende verblijfplaats hadden.
De voorzieningenrechter verwachtte dat het bezwaar weinig kans van slagen heeft en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de woning gesloten blijft tot en met 23 mei 2024.