Op 25 oktober 2022 sloten eiser en gedaagde een overeenkomst waarbij gedaagde een harmonicadeur zou leveren en monteren voor € 13.466,80. Eiser betaalde een aanbetaling van € 9.426,76, maar de levering en montage zijn niet uitgevoerd binnen de afgesproken termijn van 10 tot 12 weken, gepland voor half januari 2023.
Eiser sommeerde gedaagde meerdere malen om alsnog te leveren, waaronder een ingebrekestelling van 20 oktober 2023 met een redelijke termijn tot 3 november 2023. Gedaagde ontving deze brieven niet, maar de kantonrechter oordeelde dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was verzonden en werking heeft, ook al is de brief niet afgehaald.
Omdat gedaagde niet binnen de gestelde termijn leverde, is zij in verzuim geraakt en mocht eiser de overeenkomst buitengerechtelijk ontbinden met ingang van 4 november 2023. De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot terugbetaling van de aanbetaling, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 november 2023, en tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De reconventionele vorderingen van gedaagde werden afgewezen.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze ook geldt tijdens eventueel hoger beroep.