Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2024 op het verzet van
[opposante] , opposante,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2024.
Rechtbank Midden-Nederland
Opposante heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst over haar compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft op 9 mei 2023 het beroep gegrond verklaard en de Belastingdienst opgedragen uiterlijk 1 juli 2024 een besluit te nemen. Opposante ging hiertegen in verzet en verzocht om een spoedige uitspraak.
De rechtbank toetst in het verzet of de eerdere uitspraak zonder zitting juist was, waarbij zij concludeert dat de beslistermijn van 1 juli 2024 niet gehandhaafd kan blijven vanwege de omvang van de hersteloperatie toeslagen en recente jurisprudentie. De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn van zes weken na verzending van deze uitspraak vast.
De rechtbank verklaart het verzet en beroep gegrond, vernietigt het eerdere besluit, legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Er is geen zitting gehouden vanwege de duidelijkheid van de zaak en het belang van efficiëntie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzet en beroep gegrond en stelt een nieuwe beslistermijn en dwangsom vast tegen de Belastingdienst.