Eiser is eigenaar van een geschakelde villa in Utrecht waarvan de WOZ-waarde voor 1 januari 2021 is vastgesteld op € 937.000,-. Eiser betwist deze waarde en stelt dat deze niet hoger mag zijn dan € 800.000,-. De heffingsambtenaar onderbouwt de waarde met een taxatiematrix waarin vier referentiewoningen worden vergeleken.
De rechtbank beoordeelt dat de referentiewoningen voldoende geschikt zijn voor vergelijking, ondanks onderlinge verschillen in bouwjaar, type en oppervlakte. De taxatiematrix houdt rekening met verschillen in onderhoud en voorzieningen, en de kwalificatie van de woning als modern/luxe wordt ondersteund door foto’s uit 2018. De rechtbank acht de WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld.
Verder wijst de rechtbank het beroep op het gelijkheidsbeginsel af omdat de aangevoerde woningen niet identiek zijn en verschillen in oppervlakte en ligging vertonen. Ook is de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoende. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.