ECLI:NL:RBMNE:2024:2068
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde en afwijzing vergoeding immateriële schade
Eiseres betwist de vastgestelde WOZ-waarde van haar onroerende zaak, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €1.390.000 per 1 januari 2021. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de op de zitting ingenomen standpunten, waarbij de heffingsambtenaar de waarde onderbouwt met de huurwaardekapitalisatiemethode. De rechtbank oordeelt dat de gehanteerde huurwaarde en kapitalisatiefactor aannemelijk zijn en dat de referentieobjecten voldoende vergelijkbaar zijn.
Eiseres voert aan dat de onroerende zaak een andere gebruiksmogelijkheid heeft dan de referentieobjecten en dat de ligging nabij een gevangenis, bordeel en filepaal een waardedrukkend effect heeft. De rechtbank stelt dat de gebruiksmogelijkheden voor een potentiële koper of huurder leidend zijn en dat de heffingsambtenaar de waardedrukkende ligging gemotiveerd heeft betwist. Daarnaast is rekening gehouden met de coronacrisis door een huurvrije periode in de huurwaarde te verwerken.
Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de bezwaar- en beroepsfase gezamenlijk nog geen twee jaar hebben geduurd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af, zonder ruimte voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen.