ECLI:NL:RBMNE:2024:1935
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde niet-woning
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een niet-woning aan een adres in een plaats, welke door verweerder op €539.000 is gesteld voor het belastingjaar 2022. Na afwijzing van het bezwaar heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de WOZ-waarde op juiste wijze heeft vastgesteld met toepassing van de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de gebruikte referentieobjecten voldoende vergelijkbaar zijn, behalve één object dat onvoldoende onderbouwd is. Verweerder heeft voldaan aan zijn verplichting tot overlegging van stukken, aangezien hij alleen gebruikte gegevens heeft overgelegd.
Het procesgedrag van de gemachtigde van eiseres wordt kritisch beoordeeld vanwege het late concretiseren van bezwaren, wat strijdig is met de goede procesorde. Desondanks wordt geen sprake geacht van onredelijk gebruik van procesrecht. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, omdat de termijn van twee jaar niet is overschreden.
De rechtbank wijst het beroep af, veroordeelt eiseres niet in de proceskosten en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink op 18 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.