Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het verloop van de procedure
- de vader;
- de moeder;
- mevrouw [A] , namens de GI.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen. De Raad voor de Kinderbescherming is het niet eens met het voornemen van de GI om de ondertoezichtstelling te beëindigen vanwege grote zorgen over de ontwikkeling van het kind.
De minderjarige woont bij de moeder en is sinds augustus 2021 onder toezicht gesteld. De kinderrechter heeft eerder de ondertoezichtstelling verlengd tot 4 maart 2024. De GI verzoekt nu om verlenging tot 4 februari 2025, omdat vrijwillige hulpverlening door de ouders onvoldoende wordt aanvaard en de ontwikkelingsbedreiging onverminderd aanwezig is.
De vader stemt in met verlenging, maar verzet zich tegen het voorgestelde hulpverleningsadvies van het ziekenhuis. De moeder steunt de verlenging en verwacht dat de gezinsvoogd behulpzaam zal zijn. De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld, gezien de ontwikkelingsachterstand van het kind, het gebrek aan sociale contacten, emotionele vlakheid en de gespannen communicatie tussen ouders.
De kinderrechter acht het noodzakelijk dat de GI betrokken blijft om regie te voeren en passende hulpverlening in te zetten, waaronder mogelijk systeemtherapie voor ouders en observatie voor het kind. De beschikking wordt verlengd tot 4 februari 2025 en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 4 februari 2025 wegens aanhoudende ontwikkelingsbedreigingen en onvoldoende vrijwillige hulpverlening.