ECLI:NL:RBMNE:2024:1495
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel door onbevoegd werken als verzorgende
Veroordeelde werd veroordeeld voor het gebruik van een vervalst diploma en het onbevoegd verrichten van zorgactiviteiten die een aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid van anderen veroorzaakten. De rechtbank stelde vast dat veroordeelde zonder diploma als verzorgende was aangesteld en salaris ontving van diverse zorginstellingen tussen 25 mei 2022 en 30 september 2022.
De rechtbank achtte het totaal aan salarisuitbetalingen van €10.814,12 als wederrechtelijk verkregen voordeel, omdat veroordeelde de werkzaamheden waarop het salaris was gebaseerd niet had kunnen uitvoeren. Verdediging voerde aan dat veroordeelde als zelfstandige had gewerkt en belasting had betaald, maar de rechtbank verwierp dit argument en hield geen rekening met belastingbetaling.
De ontnemingsvordering werd gebaseerd op artikel 36e Sr en het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 21 december 2023. De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op om het bedrag van €10.814,12 aan de staat te betalen en bepaalde de maximale gijzelingstermijn op 216 dagen.
Het vonnis werd uitgesproken op 12 maart 2024 door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €10.814,12 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.