ECLI:NL:RBMNE:2024:1246
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking verzoek voorlopige voorziening
Verzoeker had een voorlopige voorziening aangevraagd tegen een besluit van verweerder van 27 november 2023 en tegelijkertijd bezwaar gemaakt tegen dat besluit. Nadat verweerder op 12 december 2023 het bezwaar heeft gehonoreerd door een tewerkstellingsvergunning af te geven, heeft verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om proceskostenvergoeding dat verzoeker heeft ingediend naar aanleiding van deze intrekking. Volgens vaste rechtspraak kan een bestuursorgaan bij intrekking van een verzoek om voorlopige voorziening, omdat het bestuursorgaan aan het verzoek is tegemoetgekomen, worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
De voorzieningenrechter constateert dat verweerder met zijn beslissing op bezwaar aan verzoeker is tegemoetgekomen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom wordt het verzoek om proceskostenvergoeding toegewezen. Verweerder heeft reeds een bedrag van €597,- toegekend voor het indienen van het bezwaarschrift. Voor het verzoekschrift in deze procedure wordt een vergoeding van €875,- toegekend. Daarnaast wordt het betaalde griffierecht van €187,- volledig aan verzoeker vergoed.
De voorzieningenrechter bepaalt dat verweerder €875,- aan proceskosten en €187,- aan griffierecht aan verzoeker moet vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €875,- aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van €187,- aan verzoeker.