ECLI:NL:RBMNE:2023:80
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens dubbele loonheffingskorting door UWV
Eiser ontving van juni 2020 tot mei 2022 een WW-uitkering en werkte daarnaast als docent vanaf november 2020. Zowel zijn werkgevers als het UWV pasten van november 2020 tot maart 2022 dubbel de loonheffingskorting toe, waardoor eiser achteraf een nabetaling van €2.671 aan de Belastingdienst moest doen. Eiser verzocht het UWV om vergoeding van deze nabetaling, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het UWV stelde dat er geen sprake was van schade.
De rechtbank stelde vast dat het UWV onrechtmatig handelde door de dubbele toepassing van loonheffingskorting, maar oordeelde dat eiser geen schade had geleden. Door de dubbele toepassing had eiser vooraf te weinig belasting betaald en een hogere netto-uitkering ontvangen, maar moest hij achteraf precies het bedrag betalen dat hij bij correcte toepassing ook had moeten voldoen. Dit betekent dat hij geen financieel nadeel had.
Eiser erkende ter zitting dat hij deze redenering kon volgen en voelde zich gehoord. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding daarom af en kende geen proceskostenvergoeding toe. De uitspraak werd gedaan door rechter R. in 't Veld op 12 januari 2023.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens dubbele loonheffingskorting wordt afgewezen omdat geen sprake is van schade.