ECLI:NL:CRVB:2018:3116
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en toewijzing proceskosten en immateriële schadevergoeding in WIA-zaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV omtrent zijn WIA-uitkering. Na benoeming van een deskundige en het uitbrengen van een rapport, kwam het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten, wettelijke rente over de na te betalen uitkering en immateriële schade.
De Raad overwoog dat het UWV reeds de kosten in de bezwaarfase had vergoed en dat het nu ging om kosten in beroep en hoger beroep. De proceskosten werden begroot op €1.002,- voor beroep en €501,- voor hoger beroep, inclusief vergoeding voor het rapport van een bedrijfs- en verzekeringsarts en reiskosten voor openbaar vervoer. Kosten voor tolk en bezoek aan advocaat werden afgewezen.
Voor immateriële schadevergoeding stelde de Raad vast dat het onrechtmatige besluit van het UWV heeft geleid tot geestelijk leed bij appellant, onderbouwd met medische rapporten die suïcidaliteit en crisisopname bevestigen. De Raad kende daarom een billijke vergoeding van €1.000,- toe. Tevens werd het verzoek om vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering toegewezen.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten, immateriële schadevergoeding en wettelijke rente, waarbij appellant zich voor griffierecht rechtstreeks tot het UWV kan wenden.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten, immateriële schadevergoeding van €1.000,- en wettelijke rente over de na te betalen uitkering.