Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2023:7580

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 december 2023
Publicatiedatum
6 maart 2024
Zaaknummer
C/16/565800 / FV RK 23-2818
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 21 WzdArt. 39 lid 1 WzdArt. 39 lid 5 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opvolgende rechterlijke machtiging voor verplichte zorg bij psychogeriatrische aandoening

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 7 december 2023 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een opvolgende rechterlijke machtiging voor verplichte zorg aan betrokkene, die lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene verzet zich tegen het verblijf en de zorg, maar de rechtbank oordeelt dat de stoornis en het ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel en psychische schade, voldoende zijn vastgesteld.

De rechtbank baseert zich op diverse stukken, waaronder het indicatiebesluit, medische verklaringen, het zorgplan en verklaringen van de zorgaanbieder. De rechtbank volgt het arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2021, waarin is bepaald dat een opvolgende machtiging ook kan worden verleend indien het verzoek na afloop van de vorige machtiging is ingediend, mits betrokkene nog in de accommodatie verblijft.

De rechtbank wijst het verzoek toe voor de duur van twee jaar, ingaande vanaf het moment dat de vorige machtiging verliep op 13 oktober 2023. De termijnoverschrijding van 34 dagen tussen het verlopen van de vorige machtiging en het indienen van het verzoek wordt geaccepteerd. De rechtbank benadrukt dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om het ernstig nadeel te voorkomen en dat verplichte zorg noodzakelijk is.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. De beschikking is mondeling gegeven en later schriftelijk ondertekend door rechter J.P.M. Schwillens.

Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende rechterlijke machtiging voor verplichte zorg voor de duur van twee jaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht, locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/565800 / FV RK 23-2818
Opvolgende rechterlijke machtiging
Beschikking van 7 december 2023naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een opvolgende machtiging voor de duur van twee jaar als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene]
geboren op [1931] in [geboorteplaats] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. E.A.C. Sandberg.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift binnengekomen bij de rechtbank op 16 november 2023.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de aanvraag van de rechterlijke machtiging van 4 oktober 2023;
- het indicatiebesluit van 22 november 2022;
- de medische verklaring van 10 november 2023;
- de verklaring van de zorgaanbieder van 16 november 2023;
- het zorgplan van 14 april 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 december 2023 in [woonplaats] in de accommodatie waar betrokkene verblijft.
1.3.
Tijdens de zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de teamleider van de afdeling, [A] .

2.De standpunten

2.1.
Betrokkene heeft verklaard dat de opname en het verblijf haar niet bevallen omdat ze al haar vrijheid kwijt is. Ze wil liever dood, dan is ze er vanaf. De advocaat heeft zich niet verweerd tegen de stoornis en het ernstig nadeel zoals beschreven in het verzoekschrift. Ten aanzien van de termijn verzoekt hij om een rechterlijke machtiging voor slechts zes maanden. Hij leest in het arrest van 12 februari 2021 wat aangehaald wordt in het verzoekschrift een termijnoverschrijding van slechts enkele dagen terwijl er ten aanzien van betrokkene een termijnoverschrijding is van vierendertig dagen. Hij vindt dat verlening van een rechterlijke machtiging voor twee jaar op gespannen voet staat met het principe van rechtsbescherming. Daarnaast vindt hij dat niet zomaar aangenomen kan worden dat een zitting belastend is voor elke betrokkene.
2.2.
De teamleider heeft verklaard dat een rechterlijke machtiging noodzakelijk is. Betrokkene verzet zich duidelijk tegen het verblijf waardoor het niet mogelijk is gebleken om voor betrokkene een machtiging in het kader van artikel 21 Wzd Pro aan te vragen. Verder heeft zij opgemerkt dat gekeken wordt naar meer (welzijns-)activiteiten voor betrokkene omdat ze zwaar onderprikkeld is.

3.De beoordeling

De stoornis en het ernstig nadeel
3.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening.
3.2.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, acute maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Verplichte zorg is noodzakelijk
3.3.
De voortzetting van het verblijf is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden en er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
3.4.
Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf. Zo heeft betrokkene meermaals en op verschillende momenten aangegeven dat ze niet opgenomen wil zijn.
De termijn
3.5.
Op 13 april 2023 is door de rechtbank een machtiging opname en verblijf verleend tot en met 13 oktober 2023. Het verzoekschrift is binnengekomen op 16 november 2023 en de beslissing is genomen op 7 december 2023. De rechtbank heeft het verzoek daarmee binnen de termijn van drie weken afgedaan (artikel 39 lid 1 Wzd Pro).
3.6.
In artikel 39 lid 5 Wzd Pro is opgenomen dat de rechter een opvolgende rechterlijke machtiging kan verlenen voor een betrokkene die al op grond van een rechterlijke machtiging in een accommodatie verblijft. In het arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2021 (ECLI:NL:HR:2021:227) is opgenomen dat in de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 39 Wzd Pro geen aanwijzingen te vinden zijn dat de wetgever verlening van een opvolgende machtiging als bedoeld in artikel 39 lid 5 Wzd Pro heeft willen uitsluiten voor een geval waarin het daartoe strekkende verzoek na afloop van de geldigheidsduur van de voorgaande machtiging is ingediend, maar betrokkene nog in de accommodatie verblijft. Aan de periode tussen de expiratiedatum van de rechterlijke machtiging en het indienen van het verzoek is geen maximale termijn gekoppeld. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om dit verzoek te beoordelen als een eerste rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden. De rechtbank benoemt hierbij ook dat er geen twijfel bestaat over de stoornis van betrokkene en dat vaststaat dat het een progressief ziektebeeld is.
3.7.
In hetzelfde arrest van de Hoge Raad is benoemd dat de rechtbank de rechterlijke machtiging moet verlenen, gerekend vanaf de datum waarop de voorgaande machtiging verstreek. Omdat de rechterlijke machtiging verliep op 13 oktober 2023, verleent de rechtbank voor betrokkene een opvolgende machtiging tot 13 oktober 2025.

4.De beslissing

De rechtbank:
verleent een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf ten aanzien van
[betrokkene]geboren op [1931] in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt
tot en met 13 oktober 2025.
Deze beschikking is op 7 december 2023 mondeling gegeven door mr. J.P.M. Schwillens, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door mr. L.N. van Oostveen als griffier en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 19 december 2023.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.