ECLI:NL:RBMNE:2023:7491
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen omgevingsvergunning en overschrijding redelijke termijn
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht verleende op 28 juli 2020 een omgevingsvergunning aan een derde-partij voor de aanleg van een betonnen pad. Eiser maakte bezwaar tegen deze vergunning, waarop het college pas op 25 januari 2023 een beslissing nam, het bezwaar ongegrond verklaarde en de vergunning met aanvullende voorschriften motiveerde. Eiser was het hier niet mee eens en stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk is, omdat het college alsnog een beslissing had genomen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten voor dit deel. Het inhoudelijke beroep tegen de beslissing op bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank stelde vast dat de aanvullende voorschriften geen wijziging van het primaire besluit vormden, maar het makkelijker maakten om de aanplant van bomen te handhaven. Een instandhoudingsverplichting was volgens de rechtbank niet noodzakelijk vanwege het geldende bestemmingsplan.
Verder oordeelde de rechtbank dat de redelijke termijn voor behandeling van bezwaar en beroep was overschreden met 15 maanden. Op grond hiervan kende de rechtbank eiser een immateriële schadevergoeding van €1.500 toe. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €209,25 en het griffierecht van €184,- moest door het college worden vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter V.E.H.G. Visser op 15 november 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard, het inhoudelijke beroep ongegrond, en het college is veroordeeld tot vergoeding van griffierecht, proceskosten en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.