ECLI:NL:RBMNE:2023:6839

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
19 december 2023
Zaaknummer
UTR 22/1371
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogenECLI:NL:CRVB:2021:1491
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid

Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV is geweigerd omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen dit besluit.

De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat eiseres op 17 september 2020 slechts 25,16% arbeidsongeschikt was. De medische belastbaarheid is overtuigend en zonder tegenstrijdigheden vastgesteld door een verzekeringsarts, en de arbeidsdeskundige concludeert dat eiseres in staat is om verschillende geduide functies te vervullen die binnen haar beperkingen passen.

Eiseres betwist de geschiktheid voor deze functies en stelt dat haar beperkingen zwaarder zijn dan vastgesteld, maar zij onderbouwt dit niet met medische informatie. De rechtbank wijst het verzoek om aanhouding af wegens strijd met de goede procesorde en bevestigt dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst juist zijn vastgesteld.

Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering en haar proceskosten niet worden vergoed.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Inloopteam bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1371

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. B.B.A. Willering),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(hierna: het UWV), verweerder
(gemachtigde: R. van den Brink).

Inleiding

Het UWV heeft de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) afgewezen, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
In bezwaar is het UWV bij dit besluit gebleven.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen deze beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) van 9 februari 2022.
De rechtbank heeft het beroep op 5 december 2023 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde hebben aan de zitting deelgenomen. De gemachtigde van het UWV heeft zich afgemeld voor de zitting.

Wat ging aan deze procedure vooraf

1. Eiseres heeft voor het laatst gewerkt als secretaresse voor 38,69 uur per week. Op 31 mei 2018 heeft zij zich ziekgemeld voor dit werk vanwege gezondheidsklachten. Het UWV heeft eiseres vervolgens ziekengeld op grond van de Ziektewet toegekend.
2. Eiseres heeft een aanvraag voor een WIA-uitkering gedaan. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek de besluiten genomen die in de inleiding zijn genoemd.

Wat vindt het UWV

3. Het UWV vindt dat eiseres op 17 september 2020 minder dan 35%, namelijk 25,16%, arbeidsongeschikt is en heeft daarom geweigerd eiseres een WIA-uitkering toe te kennen.
4. Het UWV heeft de medische grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts B&B) van 28 januari 2022. De medische belastbaarheid van eiseres is opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 20 april 2021.
5. Het UWV heeft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige B&B) van 1 februari 2022
.

Wat vindt eiseres

6. Eiseres is het niet eens met het UWV. Zij stelt dat zij de geduide functies van Receptionist, Telefonist (centrale, medewerker callcenter (inbound)) en Assemblagemedewerker besturingskasten en panelen niet kan vervullen. Eiseres voert aan dat ze slechts één uur per dag kan lopen en tot circa een halfuur aaneen. Ook kan ze slechts één uur per dag staan en tot circa 15 minuten aaneen. Verder kan eiseres ongeveer één uur achter elkaar zitten. Eiseres is van mening dat de werkzaamheden van de geduide functies haar beperkingen overschrijden. Ter zitting licht eiseres verder toe waarom zij de geduide functies niet kan uitvoeren. Verder benoemt eiseres ter zitting dat zij met name na de geboorte van haar tweede dochter, per 16 juni 2021, last kreeg van klachten aan haar bekken. Lopen, alleen uit bed komen, schoenen aandoen en het naar bed brengen van haar dochter konden niet meer. Bij het lopen had eiseres veel pijn. Zitten kon eiseres maximaal een kwartier. Volgens eiseres zijn de beperkingen in de FML niet sterk genoeg. Verder voert eiseres ter zitting aan dat zij zowel in de primaire fase als in de bezwaarfase niet is gezien door een verzekeringsarts. Volgens eiseres is dat in strijd met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 23 juni 2021. [1] Eiseres verzoekt de rechtbank de zaak aan te houden zodat het UWV op deze beroepsgrond kan reageren.

Wat vindt de rechtbank

7. De vraag is of het UWV terecht stelt dat eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank moet die vraag beantwoorden aan de hand van wat eiseres daartegen in heeft gebracht. Belangrijk punt is dat het gaat om de medische toestand van eiseres op 17 september 2020 en de vraag welke beperkingen daaruit volgen.
8. De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft beslist dat eiseres op 17 september 2020 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus geen recht heeft op een WIA-uitkering.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Verzoek om aanhouding
9. De rechtbank wijst het verzoek om aanhouding van de zaak af. De rechtbank is van oordeel dat het ter zitting aanvoeren van een nieuwe beroepsgrond, waarop het UWV niet meer kan reageren, in strijd is met de goede procesorde. De rechtbank acht daarbij van belang dat eiseres deze grond eerder had kunnen aanvoeren.
Medische grondslag van het bestreden besluit
10. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts B&B de medische belastbaarheid van eiseres op 17 september 2020 in het rapport op inhoudelijk overtuigende wijze en zonder tegenstrijdigheden heeft gemotiveerd. Eiseres voert in haar beroepschrift ook geen gronden aan tegen de vaststelling van de medische belastbaarheid, zij benoemt enkel een deel van de beperkingen die zijn opgenomen in de FML.
11. Ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat de beperkingen in de FML niet sterk genoeg zijn. Omdat eiseres dat standpunt niet met medische informatie heeft onderbouwd, ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de medische belastbaarheid van eiseres zoals de verzekeringsarts B&B die heeft vastgesteld.
12. De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiseres op 17 september 2020 in staat moet worden geacht arbeid te verrichten als daarbij rekening wordt gehouden met de beperkingen die de verzekeringsarts B&B heeft vastgesteld.
Arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit
13. De arbeidsdeskundige B&B vindt dat eiseres niet geschikt is voor haar eigen werk als secretaresse, omdat deze functie haar belastbaarheid overschrijdt. De arbeidsdeskundige B&B vindt de door de arbeidskundige in de primaire fase geduide functies passend voor eiseres. Het betreft drie functies (en twee reservefuncties).
Het gaat om:
- ( SBC-code 315120) Receptionist;
- ( SBC-code 315174) Telefonist (centrale), medewerker callcenter (inbound);
- ( SBC-code 267071) Assemblagemedewerker besturingskasten en panelen.
De reservefuncties zijn:
- ( SBC-code 111180) Productiemedewerker industrie (samenstellen van producten);
- ( SBC-code 315173) Telefonisch verkoper (outbound).
14. Eiseres vindt dat de geduide functies haar beperkingen overschrijdingen. Eiseres voert ter zitting aan dat zij de functie Productiemedewerker industrie (samenstellen van producten) niet kan uitvoeren omdat zij te lang moet zitten. Ook wijst eiseres erop dat er in die functie een goede oog-handcoördinatie vereist is doordat er met zeer kleine componenten gewerkt moet worden. Voor eiseres is dat niet mogelijk omdat haar hernia uitstraalt naar haar handen en vingers. Ook de functies Receptionist en Telefonist (centrale), medewerker callcenter (inbound) kan eiseres niet uitvoeren omdat ze in die functies te lang moet zitten. De functie Assemblagemedewerker besturingskasten en panelen kan eiseres niet uitvoeren omdat zij problemen heeft met buigen, duwen en trekken.
15. De arbeidsdeskundige en de arbeidsdeskundige B&B hebben in hun rapporten voldoende uitgelegd waarom deze functies de belastbaarheid van eiseres niet overschrijden. De arbeidsdeskundige heeft toegelicht dat de functies overwegend zittend zijn met mogelijkheid tot vertreding. De arbeidsdeskundige B&B geeft aan dat de belasting in de geduide functies binnen de grenzen valt van de door de verzekeringsarts B&B aangegeven belastbaarheid. Ook zijn er geen functie specifieke signaleringen. De rechtbank kan dit volgen. De rechtbank vindt dan ook dat het UWV voldoende duidelijk heeft onderbouwd, dat eiseres in staat is de functies te vervullen. Daarnaast merkt de rechtbank op dat de stelling van eiseres dat zij de functies gezien haar klachten en beperkingen niet kan verrichten, in feite gericht is tegen de vastgestelde FML. De rechtbank heeft hiervoor al geoordeeld dat er geen reden is om aan die vaststelling te twijfelen.
16. De arbeidsdeskundige B&B heeft berekend dat eiseres op 17 september 2020 met de middelste van de drie geduide functies 74,84% kan verdienen van het loon dat zij verdiende met haar eigen werk, zodat zij voor de overige 25,16% arbeidsongeschikt is.

Conclusie en gevolgen

17. Het UWV heeft terecht geweigerd om eiseres per 17 september 2020 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij per die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
18. Het beroep van eiseres is ongegrond. Dit betekent dat zij geen gelijk krijgt. Omdat eiseres in beroep geen gelijk krijgt, worden de door haar gemaakte proceskosten en het betaalde griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Broekhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. C.J. Kroon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2023.
De rechter is verhinderd de uitspraak
mede te ondertekenen.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.