ECLI:NL:RBMNE:2023:6601
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde van een woning ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €354.000 per 1 januari 2021, omdat hij meent dat de waarde niet hoger kan zijn dan €326.000. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en ondersteunde dit met een taxatiematrix waarin vier vergelijkbare woningen werden aangevoerd.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar met de taxatiematrix en toelichting voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de waarde zich verhoudt tot de referentiewoningen. De verschillen tussen de woningen zijn verantwoord meegenomen, en de gebruikte indexeringspercentages zijn gebaseerd op openbare marktgegevens, waardoor eiser niet in zijn procespositie is geschaad.
Eiser had ook bezwaren tegen de onderhoudstoestand van zijn woning en de referentiewoningen, maar heeft onvoldoende onderbouwd waarom de kwalificatie 'voldoende' niet juist zou zijn. Daarnaast is de referentiewoning die eiser betwistte niet meer gebruikt door de heffingsambtenaar.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning is ongegrond verklaard.