ECLI:NL:RBMNE:2023:6427
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op Wajong-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing toekomstig arbeidsvermogen
Eiser, geboren in 2000 en lijdend aan neurofibromatose type 1 en diverse klachten, heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd. Eerdere aanvragen in 2018 en 2020 werden afgewezen vanwege het ontbreken van duurzaam arbeidsongeschiktheid. In 2021 diende eiser een derde aanvraag in, welke het UWV aanvankelijk afwees, maar op bezwaar het besluit wijzigde door te concluderen dat eiser geen arbeidsvermogen heeft, maar dit in de toekomst mogelijk wel kan ontwikkelen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft onderbouwd op welke wijze het arbeidsvermogen van eiser zich in de toekomst kan ontwikkelen. De rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevatten geen concrete en deugdelijke afweging van feiten en omstandigheden die de toekomstige ontwikkeling van arbeidsvermogen ondersteunen. De rechtbank stelt dat de motivering niet voldoet aan de hoge eisen die de Centrale Raad van Beroep hanteert.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt het UWV op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het griffierecht wordt aan eiser vergoed. De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf een beslissing te nemen of een bestuurlijke lus op te leggen, omdat de gegeven motivering onvoldoende is.
De uitspraak is gedaan door rechter V.E.H.G. Visser op 10 maart 2023 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderbouwing van toekomstig arbeidsvermogen.