Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2023 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats 1], eiser
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarden van drie woningen, waarbij verweerder deze waarden heeft onderbouwd met taxatiematrices en de vergelijkingsmethode. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarden niet te hoog zijn vastgesteld, mede omdat referentiewoningen vergelijkbaar zijn en de verschillen voldoende zijn meegewogen.
Eiser voerde onder meer aan dat de verkoop van de woningen in 2022 een hogere waarde rechtvaardigde en dat de staat van onderhoud van een woning slechter was dan gehanteerd. De rechtbank wijst deze gronden af omdat de verkoop na de waardepeildatum plaatsvond en de onderhoudsstaat onvoldoende is onderbouwd.
Daarnaast heeft eiser een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaar- en beroepsprocedure. De rechtbank constateert een overschrijding van acht maanden en kent een forfaitaire schadevergoeding toe van €50,- voor zowel de heffingsambtenaar als de Staat.
Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is en de kosten voor rechtsbijstand met betrekking tot de schadevergoeding gering zijn geweest. Het griffierecht wordt niet vergoed omdat het beroep ongegrond is verklaard.
De uitspraak is gedaan door rechter K. de Meulder en griffier A. Kasi op 13 november 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebepalingen wordt ongegrond verklaard en er wordt een immateriële schadevergoeding van €50,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.