Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 28 juni 2021, genummerd PL0100-2021171298-15, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de politie Noord-Nederland, pagina 14-25.
5.BEWEZENVERKLARING
- het knijpen in en betasten van de borsten van [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum 2] 2004) terwijl die [slachtoffer 3] sliep, en
- het met zijn hand en/of vingers in de vagina van die [slachtoffer 3] gaan en het vingeren van die [slachtoffer 3] , terwijl die [slachtoffer 3] zei dat ze ongesteld was en terwijl die [slachtoffer 3] zijn hand wegduwde, en
- het leggen van de hand van die [slachtoffer 3] op zijn penis, en
- het zichzelf aftrekken waarbij hij de hand van die [slachtoffer 3] om zijn penis vasthield, en
- het trachten te zoenen van die [slachtoffer 3] , terwijl die [slachtoffer 3] haar hoofd telkens wegdraaide, en
- het doen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 3] , terwijl die [slachtoffer 3] meermalen zei “stop”,
[slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten
- het betasten van en knijpen in de borsten, en
- het doen van zijn hand en/of vingers in de vagina van die [slachtoffer 3] , en
- het doen van de hand van die [slachtoffer 3] om zijn penis, en
- het steken van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 3] ;
- het knijpen in en betasten van de borsten van die [slachtoffer 3] , en
- het doen van zijn hand en/of vingers in de vagina van die [slachtoffer 3] , en
- het vingeren van die [slachtoffer 3] , en
- het leggen van de hand van die [slachtoffer 3] op zijn penis, en
- het zichzelf aftrekken waarbij de hand van die [slachtoffer 3] om zijn penis was, en
- het steken van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 3] ;
- het brengen van zijn penis, vingers en tong in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 2] , en
- het betasten van en wrijven over de vagina van die [slachtoffer 2] , en
- het likken van de vagina en schaamstreek van die [slachtoffer 2] , en
- het brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 2] , en
- het aanbrengen van zuigzoenen op het lichaam van die [slachtoffer 2] ..
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
€ 10.000. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder parketnummer 16/213189-22 feit 3 ten laste gelegde feit.
€ 5.128,14. Dit bedrag bestaat uit € 128,14 aan materiële schade en € 5.000 aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder parketnummer 18/028242-22 ten laste gelegde feit.
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 2.000;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2019 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 2.000 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 30 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 1.628,14;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van € 1.500 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juni 2021 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van € 128,14 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente telkens vanaf de datum waarop de betreffende reiskosten zijn gemaakt tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 1.628,14 te betalen, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 128,14 aan materiële schade, telkens vanaf de datum waarop de betreffende reiskosten zijn gemaakt tot de dag van volledige betaling en vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 1.500 aan immateriële schade vanaf 26 juni 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 26dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.