ECLI:NL:RBMNE:2023:5355
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde eetcafé; immateriële schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar eetcafé, gelegen aan een straat in de dorpskern van een plaats, met een waardepeildatum van 1 januari 2020. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €223.000, terwijl eiseres een lagere waarde van €139.000 vorderde. De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van beide partijen, waarbij de heffingsambtenaar een taxatiematrix en vergelijkbare horecapanden als referentie gebruikte.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. De argumenten van eiseres, waaronder de kwaliteit en ligging van referentieobjecten en de gevolgen van de coronacrisis, werden niet gevolgd. De coronacrisis was op de waardepeildatum nog niet aan de orde en vormde geen bijzondere omstandigheid voor waardeverandering.
Daarnaast behandelde de rechtbank het verzoek van eiseres om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De bezwaar- en beroepsfase duurden samen langer dan twee jaar, waardoor een termijnoverschrijding van zes maanden werd vastgesteld. De rechtbank kende een forfaitaire schadevergoeding van €50 toe, te betalen door de heffingsambtenaar.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek tot vergoeding van griffierecht afgewezen, en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen vanwege het geringe werk van de gemachtigde van eiseres. De uitspraak werd gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries op 22 september 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar eiseres ontvangt een immateriële schadevergoeding van €50 wegens termijnoverschrijding.