Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de namens [gedaagde] overgelegde productie.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert de zoon dat zijn moeder wordt veroordeeld om de naam van zijn biologische vader aan hem bekend te maken, gebaseerd op zijn recht op informatie over zijn afstamming onder artikel 8 EVRM Pro. De moeder heeft voorafgaand aan de zitting een verklaring afgelegd waarin zij twee mogelijke vaders noemt, waarvan DNA-onderzoek één heeft uitgesloten.
De voorzieningenrechter overweegt dat het recht op informatie over biologische afstamming een fundamenteel recht is, maar niet absoluut en moet worden afgewogen tegen het recht op privacy van de moeder. De moeder heeft met haar verklaring voldaan aan de vordering door twee mogelijke vaders te noemen, en er zijn onvoldoende aanwijzingen dat zij nog een andere naam achterhoudt.
Hoewel de uitkomst voor de zoon onbevredigend is, acht de rechter de vordering niet toewijsbaar. De proceskosten worden gecompenseerd tussen partijen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot bekendmaking van de naam van de biologische vader wordt afgewezen omdat de moeder al twee mogelijke namen heeft gegeven.