Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 25 januari 2022 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft de beslistermijn overschreden, wat niet in geschil is. Na een ingebrekestelling op 9 maart 2023 en het verstrijken van twee weken heeft eiseres op 29 maart 2023 het beroep ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit. Verweerder wordt opgedragen om uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen, conform een eerdere uitspraak van 14 april 2023 waarin deze termijn als uitgangspunt is gesteld.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 418,50 en het betaalde griffierecht van € 50,-. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling.