Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in P.I. [verblijfplaats 1] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
primair: op 5 juni 2020 in [verblijfplaats 2] Rotterdam [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, te weten microbloedingen in de hersenen, breuken in de oogkasbodem, beide jukbenen en het neusbeen, door opzettelijk tegen het hoofd en/of het lichaam te schoppen en te slaan,
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
aangiftegedaan waarin onder meer, zakelijk weergegeven, de volgende verklaring van aangever is opgenomen:
ter terechtzitting van 14 juni 2023onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:
verhoor van getuige [getuige] van 7 juli 2022heeft deze getuige onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:
etuige [getuige]heeft bij de rechter-commissaris op 12 januari 2023, verder nog onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:
aangiftegedaan waarin onder meer, zakelijk weergegeven, de volgende verklaring van aangever is opgenomen en waarbij foto’s van het letsel zijn toegevoegd:
proces-verbaal van bevindingenvan verbalisant [verbalisant] is onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
mishandeling
de eendaadse samenloop van poging tot doodslag enz
ware mishandeling
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden, met aftrek van het voorarrest;
- de (niet gemaximeerde) maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna: tbs);
- oplegging van de maatregel van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
- een Pro Justitia rapport van 6 april 2023, opgemaakt door M. Fluit, psychiater, en T. ’t Hoen, GZ-psycholoog;
- een reclasseringsadvies van 25 april 2023, opgemaakt door M.I. de Wilde.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
18 (achttien) maanden;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd;
- wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 5.000,
- veroordeelt verdachte tot betaling aan benadeelde partij [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2020 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart benadeelde partij [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] aan de Staat € 5.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 60 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;