ECLI:NL:RBMNE:2023:3556
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Waarde woning te hoog vastgesteld in WOZ-aanslag, beroep gegrond verklaard
Eiseres maakte bezwaar tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van haar woning per 1 januari 2021, die was vastgesteld op €275.000. De rechtbank beoordeelde het beroep nadat de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond had verklaard. De woning betreft een agrarische bedrijfswoning uit 1726, waarvan partijen van mening verschillen over de waarde.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar onvoldoende heeft aangetoond dat rekening is gehouden met de slechte staat van onderhoud en bouwkundige kwaliteit van de woning. De gehanteerde taxatiewijzers en vierkante meterprijs zijn niet passend geacht vanwege het grote leeftijdsverschil tussen de woning en de vergelijkingsobjecten.
Hoewel eiseres een lagere waarde van €224.000 bepleitte, kon zij dit niet voldoende aannemelijk maken. Daarom stelt de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €240.000 en vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig. Tevens wordt de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €240.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.