Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 8 juni 2021 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd om op dit beroep te beslissen nadat het eerst bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant was ingediend.
Partijen wensten niet te worden gehoord, waarna de rechtbank het onderzoek sloot. Vaststaat dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder bij brief van 10 oktober 2022 in gebreke is gesteld. Eiseres heeft vervolgens op 3 april 2023 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Verweerder wordt opgedragen uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen, conform het uitgangspunt dat in een eerdere uitspraak van 14 april 2023 is vastgesteld. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 418,50) en het betaalde griffierecht (€ 50,-). De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 26 juni 2023.