Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [A] ).
Inleiding
Overwegingen
Verweerder moet alsnog een besluit nemen
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 19 mei 2022 tegen de herziene definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiser tijdig beroep heeft ingesteld na een schriftelijke ingebrekestelling.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst/Toeslagen op om uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit op bezwaar te nemen, conform een eerder door de rechtbank gehanteerde termijn. Voor elke dag dat de beslistermijn daarna nog wordt overschreden, moet een dwangsom van € 100,- worden betaald, met een maximum van € 15.000,-.
Verder veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst/Toeslagen tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€ 418,50) en tot vergoeding van het betaalde griffierecht (€ 50,-). De rechtbank wijst erop dat reeds een bestuurlijke dwangsom van € 1.442,- is toegekend op 3 januari 2023, waarover zij zich niet verder uitlaat.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst/Toeslagen op uiterlijk 1 juli 2024 alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten en griffierecht.