Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juni 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Stichting Cazas Wonenuit Woerden (de woningstichting)
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiser, huurder van een woning, tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 291.000,-. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en € 275.000,- zou moeten bedragen. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde, onderbouwd met een taxatierapport.
Eiser was tot mei 2022 gebruiker van de woning en betaalde een huurprijs van € 704,88 per maand, wat significant lager was dan de maximale huurprijs van € 1033,- die op basis van de WOZ-waarde mocht worden gevraagd. De WOZ-waarde werd bovendien niet gebruikt als heffingsmaatstaf voor lokale belastingen in de gemeente.
De rechtbank oordeelde dat hoewel eiser belanghebbende is, hij geen procesbelang heeft omdat het instellen van beroep hem niet in een gunstigere positie kan brengen. Dit volgt uit vaste rechtspraak en eerdere uitspraken van de rechtbank. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank heeft de zaak niet inhoudelijk beoordeeld. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van de huurder tegen de WOZ-waarde is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.