ECLI:NL:RBMNE:2023:2792
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens onvoldoende concrete aanvraag omgevingsvergunning voor woningrealisatie
Eiseres heeft een pand gekocht dat oorspronkelijk als school diende en wil dit omzetten in meerdere appartementen. Na een eerdere geweigerde aanvraag voor het splitsen in vier appartementen, diende zij een nieuwe aanvraag in voor een omgevingsvergunning met de omschrijving 'Omzetten van school naar woningen'. De aanvraag bleek echter onvoldoende concreet, onder meer doordat onjuiste keuzes waren gemaakt bij de aanvraagformulieren en de kostenopgave niet realistisch was.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie duidelijk moet zijn voor welke concrete activiteiten een vergunning wordt aangevraagd, zeker bij verlening van een vergunning van rechtswege. Omdat de aanvraag onvoldoende concreet was, kon geen vergunning van rechtswege worden verleend.
De rechtbank wijst erop dat eiseres een nieuwe, concrete aanvraag moet indienen, rekening houdend met eerdere weigeringsgronden zoals onvoldoende parkeergelegenheid en kwaliteit van de woningen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de aanvraag onvoldoende concreet was en daardoor geen omgevingsvergunning van rechtswege is verleend.