Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2023:2733

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 juni 2023
Publicatiedatum
12 juni 2023
Zaaknummer
557622 / HA RK 23-108
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechter en rechtbank in civiele procedure

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele hoofdzaak, alsmede tegen de rechtbank Midden-Nederland en de rechtspraak. Het verzoek betrof het niet laten doorgaan van een rolzitting en het niet doen van een uitspraak in de hoofdzaak.

De wrakingskamer nam het verzoek pas na de rolzitting in behandeling, waarna werd vastgesteld dat er nog geen behandelend rechter was toegewezen in de hoofdzaak. Hierdoor kon het wrakingsverzoek tegen de rechter niet ontvankelijk worden verklaard. Daarnaast oordeelde de kamer dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen een individuele rechter en niet tegen de rechtbank als geheel of de rechtspraak, waardoor ook dat deel van het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard.

De wrakingskamer besloot de procedure van de hoofdzaak voort te zetten in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in wrakingsverzoek tegen rechter, rechtbank en rechtspraak.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 557622 / HA RK 23-108
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
9 juni 2023
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
(hierna: verzoeker).

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft met de op 30 mei 2023 ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief een verzoek tot wraking ingediend van de rechter in de procedure met zaaknummer 10508965 AC EXPL 23-1118 (hierna: de hoofdzaak). In diezelfde brief heeft verzoeker ook het verzoek ingediend tot wraking van de rechtbank Midden-Nederland en de rechtspraak.
1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoeker heeft verzocht de zitting (de wrakingskamer begrijpt: de rolzitting voor het nemen van een conclusie van antwoord), die gepland stond op 31 mei 2023, niet plaats te laten vinden en/of geen uitspraak te doen in de hoofdzaak. In zijn brief heeft verzoeker vervolgens aangegeven dat als de rechtbank de zitting wel door zou laten gaan, hij de rechter in functie, de rechtbank en de rechtspraak wraakt.
2.2.
Het verzoek is pas na de rolzitting van 31 mei 2023 in behandeling genomen. De rolzitting is doorgegaan, waarmee de voorwaarde voor het wrakingsverzoek is vervuld.

3.De beoordeling

Ten aanzien van de wraking van de rechter
3.1.
Op grond van artikel 36 Rv Pro kan elk van de rechters die een zaak behandelt op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek slechts kan worden ingediend tegen een rechter die de zaak behandelt.
3.2.
In de hoofdzaak is nog geen behandelend rechter bekend. Er heeft slechts een rolzitting plaatsgevonden waarop verzoeker zijn conclusie van antwoord heeft kunnen indienen. Zodra een datum voor een mondelinge behandeling is bepaald of er een vonnis volgt, zal een rechter aan de zaak worden toegewezen die de zaak inhoudelijk behandelt. In dat stadium bevindt de hoofdzaak zich nog niet.
3.3.
Nu er nog geen sprake is van een behandelend rechter, zal de wrakingskamer verzoeker voor wat betreft dit onderdeel van het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaren.
Ten aanzien van de wraking van de rechtbank en de rechtspraak
3.4.
Voor zover het verzoek betrekking heeft op wraking van (alle rechters van) de rechtbank Midden-Nederland en de rechtspraak, overweegt de wrakingskamer als volgt.
3.5.
Uit artikel 36 Rv Pro volgt dat een wrakingsgrond gelegen moet zijn in feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend tegen een individuele rechter die de hoofdzaak behandelt. Voor zover het wrakingsverzoek is gericht tegen alle andere leden van de rechtbank en de rechtspraak, is dus geen sprake van een wrakingsverzoek in de zin van de wet. en Daarom is verzoeker ook voor wat betreft dit onderdeel van zijn verzoek niet-ontvankelijk.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, andere betrokken partijen en de president van deze rechtbank;
4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 10508965 AC EXPL 23-1118 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mrs. A.F. Hermans en M.M. Janssen-Witteveen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. E.F.Q. van Dooren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.