Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 3 september 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres verweerder op 5 september 2022 in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen, uiterlijk binnen twee weken na verzending van deze uitspraak, met een uiterste beslistermijn tot 1 juli 2024 zoals vastgesteld in een eerdere uitspraak. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, is een dwangsom van € 100,- verschuldigd, met een maximum van € 15.000,-.
Omdat inmiddels 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling, stelt de rechtbank de dwangsom vast op € 1.442,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 418,50) en het betaalde griffierecht (€ 50,-). De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier D. van Grootel op 17 mei 2023.