Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank constateert dat het beroep te vroeg was ingediend, maar verklaart het toch ontvankelijk omdat de beslistermijn inmiddels is verstreken en verweerder nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank oordeelt dat de overschrijding van de beslistermijn vaststaat en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen, met als uiterste termijn 1 juli 2024 conform een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder te laat is, en stelt de dwangsom vast op € 1.442,- omdat reeds 42 dagen zijn verstreken. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 418,50) en het griffierecht (€ 50,-).