Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2023 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [A]).
Inleiding
Overwegingen
Verweerder moet alsnog een besluit nemen
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst/Toeslagen op haar bezwaren van 5 augustus 2022 tegen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank behandelt twee samenhangende beroepen gezamenlijk.
Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat eiseres de gronden van bezwaar niet had aangevuld, maar de rechtbank volgt dit niet. De rechtbank oordeelt dat verweerder onrechtmatig heeft gehandeld door niet tijdig te beslissen en draagt hem op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, met een uiterste beslistermijn van 1 juli 2024.
Voor elke dag dat verweerder te laat is, moet hij een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 15.000,-. De reeds volledig verstreken termijn leidt tot een vaststelling van de dwangsom op € 1.442,-. Omdat het beroep gegrond is verklaard, wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 418,50) en het betaalde griffierecht (€ 100,-).
Uitkomst: Verweerder moet binnen 1 juli 2024 alsnog beslissen, een dwangsom betalen en proceskosten vergoeden.