Uitspraak
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van verzoeker van 29 maart 2023;
- de schriftelijke reactie van mr. P.J.M. Mol van 3 april 2023;
- de schriftelijk ingediende repliek van verzoeker op de reactie van mr. Mol van 10 april 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter en griffier vanwege de afwijzing van zijn verzoek tot uitstel van een zitting wegens medische klachten. De wrakingskamer verklaarde het verzoek tot wraking van de griffier niet-ontvankelijk, omdat wraking van griffiers niet is voorzien in de wet.
Het verzoek tot wraking van de rechter was deels niet-ontvankelijk omdat twee wrakingsgronden te laat werden ingebracht. De kern van het verzoek betrof de afwijzing van het uitstelverzoek door de rechter, waarbij verzoeker meende dat zijn medische situatie onvoldoende werd meegewogen en dat het procesreglement eenzijdig werd toegepast.
De wrakingskamer oordeelde dat een negatieve procesbeslissing, zoals het afwijzen van een uitstelverzoek, op zichzelf geen grond is voor wraking tenzij sprake is van objectief vastgestelde vooringenomenheid. In dit geval was de beslissing begrijpelijk en niet onbegrijpelijk in de gegeven omstandigheden. Het verzoek tot wraking van de rechter werd daarom ongegrond verklaard.
De procedure met zaaknummer 22/359 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en tegen de griffier niet-ontvankelijk, waarna de procedure wordt voortgezet.