Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst/Toeslagen op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 20 december 2021. De rechtbank Midden-Nederland verklaart het beroep gegrond omdat de beslistermijn is overschreden en verweerder in gebreke is gesteld op 30 december 2022.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een termijn van twaalf weken na het verweerschrift een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging indien eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000. De rechtbank stelt de reeds opgelopen dwangsom vast op €1.442, omdat de maximale periode van 42 dagen is verstreken.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €50. De rechtbank ziet geen reden om af te wijken van de standaardtermijn van twaalf weken, ondanks het verzoek van verweerder om dertien weken, gelet op de complexiteit en het aantal aanvragen. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 3 april 2023.