ECLI:NL:RBMNE:2023:120
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde winkelpand in centrum Utrecht
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar winkelpand in het centrum van Utrecht, vastgesteld op €312.000 per 1 januari 2020. De heffingsambtenaar gebruikte de huurwaardekapitalisatiemethode (HWK) waarbij de huurwaarde werd bepaald aan de hand van vergelijkbare huurtransacties en een kapitalisatiefactor gebaseerd op verkoop- en huurprijzen van referentieobjecten.
Eiseres betwistte de hoogte van de huurwaarde en de kapitalisatiefactor, stellende dat de huurprijs lager is en dat de kapitalisatiefactor te hoog is vanwege de ligging buiten de randstad en het leegstandsrisico. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende onderbouwing had gegeven, onder meer door een taxatiematrix en toelichting van een taxateur, en dat de referentieobjecten vergelijkbaar zijn en in hetzelfde gebied liggen.
De rechtbank verwierp ook het bezwaar dat onvoldoende inzicht was gegeven in de opbouw van de kapitalisatiefactor, omdat eiseres dit niet tijdens de hoorzitting heeft herhaald. De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €312.000 wordt ongegrond verklaard.