ECLI:NL:RBMNE:2022:694
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig verkoopster, meldde zich ziek vanwege lichamelijke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan per einde wachttijd 11 februari 2021. Verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden beperkingen vast, maar concludeerden dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor de WIA-aanvraag werd afgewezen. Na bezwaar en beroep handhaafde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dit besluit.
Eiseres voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen, met name psychische klachten en aandrangklachten, onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief gesprekken en dossieronderzoek, en dat de medische beoordeling juist was, mede omdat een latere operatie geen invloed had op de situatie op 11 februari 2021.
De rechtbank vond dat de verzekeringsarts de psychische klachten en aandrangklachten adequaat had meegenomen in de functionele mogelijkhedenlijst, inclusief een beperking voor toiletbezoek nabij het werk. De gevraagde urenbeperking werd niet toegekend omdat andere beperkingen voldoende rekening hielden met de klachten. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als juist beoordeeld, waarbij het bezwaar tegen de functie van productiemedewerker niet slaagde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de WIA-aanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-aanvraag bevestigd.