Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
24 november 2022 in de zaken tussen
[eiser 1] en [eiser 2] ,
[eiser 4],
[eiser 6]en
[eiser 8],
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben beroep ingesteld tegen twee vergunningen die waren verleend voor een tijdelijk terras aan een horecabedrijf in Utrecht. Het ging om een omgevingsvergunning voor een terrasuitbreiding en een exploitatie- en Drank- en Horecawetvergunning. De voorzieningenrechter wees eerder verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
De rechtbank oordeelde dat de vergunningen tot 1 november 2021 geldig waren en inmiddels zijn vervallen. Omdat het beroep werd ingesteld toen de geldigheidsduur bijna verstreken was, ontbreekt het aan een actueel en reëel procesbelang. Het vernietigen van de vergunningen zou de ervaren problemen niet oplossen.
Hoewel eisers stelden dat het om een principekwestie gaat en zij inzage wensen in gemeentelijke stukken, acht de rechtbank dat onvoldoende voor een inhoudelijke behandeling. Ook het gebrek aan vertrouwen in het college en de mogelijke toekomstig vergelijkbare vergunningen zijn niet concreet genoeg. De beroepen worden daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de tijdelijke terrasvergunningen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel procesbelang.