ECLI:NL:RBMNE:2022:6163
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Eiseres, werkzaam als secretaresse, meldde zich ziek en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsziektewetbeoordeling stelde het UWV vast dat zij geschikt was voor drie functies waarmee zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen. Het UWV beëindigde daarop haar uitkering per 23 november 2021. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat haar klachten, waaronder PTSS en chronische pijn, niet voldoende waren meegewogen en dat zij na de datum in geding een intensieve therapie volgde.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de medische beoordeling zorgvuldig had uitgevoerd en dat de verzekeringsarts rekening had gehouden met de klachten van eiseres. De therapie die na de datum in geding plaatsvond, mocht niet worden meegenomen in de beoordeling. Eiseres bracht geen nieuwe medische informatie aan die haar beperkingen verder onderbouwde. Ook de arbeidskundige beoordeling van de geduide functies was voldoende gemotiveerd en passend bij haar belastbaarheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bepaalde dat het UWV het griffierecht aan eiseres moet vergoeden vanwege een procedurele onzuiverheid. De Ziektewetuitkering is terecht per 23 november 2021 beëindigd, wat ook gevolgen heeft voor de WIA-beoordeling. Eiseres kreeg later een nieuwe ZW-uitkering toegekend per 10 mei 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht per 23 november 2021 is beëindigd.