Betrokkene woonde sinds april 2020 vrijwillig in een beschermde woonvorm van het Leger des Heils voor verslavingsproblematiek en psychische problemen. Vanwege oplopende conflicten met een buurman werd op 11 mei 2022 besloten tot een time-out, waarbij betrokkene tijdelijk naar een andere locatie werd overgebracht. Betrokkene verzette zich tegen de time-out en kreeg een gedeeltelijk terreinverbod opgelegd.
Betrokkene diende op 7 juli 2022 een klacht in bij de Klachtencommissie Onvrijwillige Zorg (KCOZ) en verzocht om schadevergoeding wegens schending van de Wet zorg en dwang (Wzd). De KCOZ verklaarde de klacht ongegrond, maar betrokkene ging in beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de time-out onvrijwillige zorg betreft en dat het ernstig nadeel zich voordeed, waardoor de maatregel proportioneel en noodzakelijk was. Echter, het Leger des Heils heeft niet aan alle formele vereisten van het stappenplan Wzd voldaan, zoals het ontbreken van een schriftelijk stappenplan en wilsbekwaamheidsbeoordeling. Daarom verklaart de rechtbank de klacht over de time-out gegrond, maar wijst de schadevergoeding af omdat geen direct nadeel is aangetoond.
De klacht over het gedeeltelijke terreinverbod wordt ongegrond verklaard omdat dit een algemene huisregel betreft die geldt voor alle cliënten en geen onvrijwillige zorg is. De rechtbank bevestigt dat de locatie geen accommodatie in de zin van de Wzd is en dat registratie als zodanig niet vereist was, hoewel de locatie wel als zorglocatie geregistreerd had moeten zijn.