Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 oktober 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
[derde-partij].
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres maakte bezwaar tegen een aanslag afvalstoffenheffing over 2021 die door de heffingsambtenaar was opgelegd. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van kamerverhuur, waardoor de aanslag aan de verhuurder had moeten worden opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de afvalstoffenheffing een tijdstipheffing is, waarbij de situatie op 1 januari 2021 bepalend is. Op die datum was eiseres de enige gebruiker van het perceel, en de woning was niet verhuurd aan meerdere partijen. De passages over kamerverhuur in de huurovereenkomst waren doorgehaald, wat erop wijst dat geen kamerverhuur werd beoogd.
Eiseres voerde daarnaast aan dat het vertrouwensbeginsel, het rechtzekerheidsbeginsel en het legaliteitsbeginsel waren geschonden omdat in voorgaande jaren anders was gehandeld en op de website van verweerder stond dat kamerhuurders geen afvalstoffenheffing hoefden te betalen. De rechtbank verwierp deze gronden omdat er geen toezeggingen waren gedaan, de situatie per 1 januari kan verschillen, en eiseres niet kwalificeert als kamerhuurder. Ook was de beslissing niet uitsluitend gebaseerd op telefonisch contact, zodat het legaliteitsbeginsel niet was geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.A. Schuman op 27 oktober 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag afvalstoffenheffing 2021 wordt ongegrond verklaard omdat eiseres als enige gebruiker van het perceel kwalificeert en er geen sprake is van kamerverhuur.