ECLI:NL:RBMNE:2022:5481
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering gemachtigde wegens ongepast taalgebruik in bestuursrechtelijke beroepsprocedure
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 12 december 2022 besloten om de gemachtigde van eiseres te weigeren in de bestuursrechtelijke beroepsprocedure met zaaknummer UTR 22/534. Deze weigering is gebaseerd op artikel 8:25, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Tijdens de zitting op 16 augustus 2022 heeft eiseres de rechter gewraakt en de gemachtigde heeft in de daaropvolgende wrakingsprocedure op 1 september 2022 een schriftelijke reactie ingediend. In deze reactie uitte de gemachtigde ernstige verwijten en beschuldigingen aan het adres van de rechter, rechterlijke colleges, de rechtsstaat en Nederland, met beledigend en beschadigend taalgebruik. Dit tast het gezag van de rechtspraak en betrokken functionarissen op onaanvaardbare wijze aan.
De rechtbank nam mee dat dit niet een geïsoleerd incident is; de gemachtigde is in meerdere procedures gewaarschuwd en zelfs geweigerd vanwege soortgelijk taalgebruik. Na een voornemen tot weigering op 22 november 2022 en een daaropvolgende reactie van de gemachtigde op 28 november 2022, die het ongepaste gedrag bevestigde, concludeerde de rechtbank dat ernstige bezwaren bestaan tegen de gemachtigde.
Eiseres is in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen, bij uitblijven waarvan zij zonder gemachtigde verder zal procederen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank weigert de gemachtigde vanwege zijn ongepaste taalgebruik en stelt eiseres in de gelegenheid een andere gemachtigde aan te wijzen.