Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2022:5245

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 juli 2022
Publicatiedatum
9 december 2022
Zaaknummer
541725 HA RK 22-156
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens nauwe samenwerking met advocaat partij

De verschoningskamer van de rechtbank Midden-Nederland ontving op 11 juli 2022 een verzoek tot verschoning van een kantonrechter die betrokken was bij een kantondagvaardingsprocedure tussen een bedrijf en erfgenamen van een overledene.

De rechter gaf aan zich niet vrij te voelen om de zaak te behandelen omdat hij regelmatig samenwerkt met een advocaat van een van de partijen in de redactie van een tijdschrift. De kamer beoordeelde dit verzoek op grond van artikel 40 en Pro 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De kamer overwoog dat de rechter geacht wordt onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid of de schijn daarvan. De nauwe samenwerking en regelmatige contacten tussen de rechter en de advocaat kunnen de schijn van partijdigheid wekken.

Daarom werd het verzoek tot verschoning gegrond verklaard en de rechter ontheven van verdere behandeling van de hoofdzaak. Deze beslissing werd op 14 juli 2022 in het openbaar uitgesproken en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens de schijn van partijdigheid door nauwe samenwerking met een advocaat van een partij.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

VERSCHONINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 541725 HA RK 22-156
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van verschoningszaken van 14 juli 2022
op het verzoek in de zin van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
Mr. H.M.M. Steenberghe,
kantonrechter,
(verder te noemen: verzoeker).

1.De procedure

1.1.
De verschoningskamer heeft op 11 juli 2022 het verzoek tot verschoning van verzoeker ontvangen in de zaak met zaaknummer 9891671 MC 22-3062. Dit is een kantondagvaardingsprocedure waarbij [bedrijf] B.V. de eisende partij is en
de gezamenlijke erfgenamen van de heer [A] de gedaagde partij is (hierna: de hoofdzaak).
1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek tot verschoning plaatsgevonden.
1.3.
Op 11 juli 2022 heeft de verschoningskamer op het verschoningsverzoek beslist. Deze beslissing is per e-mail aan alle betrokkenen meegedeeld. Het onderstaande vormt de in die e-mail toegezegde nadere schriftelijke uitwerking daarvan en is op 14 juli 2022 vastgesteld.

2.Het verschoningsverzoek

2.1.
Verzoeker heeft het volgende ten grondslag gelegd aan zijn verschoningsverzoek. Verzoeker acht zich niet vrij om de hoofdzaak te behandelen. Eén van de partijen wordt bijgestaan door een advocaat die verzoeker goed kent. Verzoeker zit namelijk met hem in de redactie van een tijdschrift en werkt in dat kader regelmatig met hem samen.

3.De beoordeling

3.1.
Artikel 40 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv Pro. Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
3.3.
Van de schijn van partijdigheid kan, geheel los van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in dat specifieke geval aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden. Rechtzoekenden moeten immers vertrouwen kunnen stellen in het rechterlijk apparaat. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
3.4.
Uit het verzoek van verzoeker blijkt dat hij regelmatig met de advocaat van één van de partijen contact heeft, omdat zij samen in de redactie van een tijdschrift zitten en zij in dat kader regelmatig met elkaar samenwerken. Dit is een zodanige omstandigheid dat verzoeker zich niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak op te treden dan wel te beslissen. De verschoningskamer ziet hierin, in aanmerking genomen de motivering van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning. Verzoeker heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het hem aan onpartijdigheid zal ontbreken. Het verzoek zal daarom gegrond worden verklaard.

4.De beslissing

De verschoningskamer:
4.1.
verklaart het verzoek tot verschoning gegrond;
4.2.
draagt de griffier van de verschoningskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, betrokken partijen in de hoofdprocedure, alsmede aan de teamvoorzitter van verzoeker en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, en mr. M.E. Heinemann en mr. M.M. Janssen-Witteveen, als leden van de verschoningskamer, bijgestaan door L.S. Lodder, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2022.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.