ECLI:NL:RBMNE:2022:4819
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding ongegrond verklaard
Eiseres maakte bezwaar tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Almere waarin een bedrag van in totaal ruim € 25.000,- aan teveel betaalde bijstand werd teruggevorderd. Dit bedrag omvatte zowel haar eigen schuld als een hoofdelijk aansprakelijk gestelde schuld van een persoon met wie zij een gezamenlijke huishouding voerde.
De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat de intrekking van de bijstandsuitkering en de daarop gebaseerde terugvordering rechtmatig waren. Eiseres voerde aan dat zij door haar psychische problemen en de zorg voor drie jonge kinderen, waaronder een kind met speciale onderwijsbehoeften, in financiële problemen zou komen en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien.
De rechtbank oordeelde echter dat geen sprake was van zodanige dringende redenen die onaanvaardbare financiële of sociale consequenties zouden opleveren. Verweerder had bovendien toegezegd rekening te houden met de belastingvrije voet en betaling in termijnen toe te staan, waardoor eiseres voldoende middelen overhoudt om in haar levensonderhoud te voorzien.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen vergoeding van griffierecht of proceskosten ontvangt. De uitspraak werd mondeling gedaan op 15 november 2022 door rechter S.G.M. van Veen.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van teveel betaalde bijstand wordt ongegrond verklaard.