ECLI:NL:RBMNE:2022:4775
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning met proceskostenvergoeding wegens niet verstrekken KOUDVL-factoren
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning, gelegen aan een adres in een Nederlandse plaats, en stelt een lagere waarde voor. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, handhaaft de waarde van € 651.000 voor het belastingjaar 2021, gebaseerd op de waardepeildatum 1 januari 2020.
De rechtbank beoordeelt het bewijs, waaronder een taxatiematrix met vergelijkingswoningen, en concludeert dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Diverse beroepsgronden van eiser worden verworpen wegens strijd met de goede procesorde en onvoldoende onderbouwing.
Eiser heeft verzocht om verstrekking van KOUDVL-factoren, welke verweerder niet heeft verstrekt in de bezwaarfase, wat leidt tot een informatieachterstand. Hoewel dit geen vernietiging van de uitspraak op bezwaar rechtvaardigt, veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van € 1.518 wegens het niet verstrekken van deze gegevens.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de WOZ-waarde blijft gehandhaafd, maar verweerder moet de proceskosten en het griffierecht aan eiser vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens het niet verstrekken van KOUDVL-factoren.