ECLI:NL:RBMNE:2022:4735
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing indexering
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2021 en stelt een lagere waarde van €384.000,- voor. Verweerder handhaaft de waarde van €431.000,- en baseert deze op de vergelijkingsmethode met een taxatiematrix en indexeringspercentages.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de onderbouwing van de gehanteerde indexeringspercentages, waardoor eiser niet in staat is de juistheid daarvan te controleren. Tevens blijkt uit de verkoopdata van referentiewoningen dat de vastgestelde waarde te hoog is. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en stelt de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €408.000,-.
Verder wijst de rechtbank de door eiser gemaakte proceskosten toe aan verweerder, inclusief vergoeding van het griffierecht en taxatiekosten. Diverse overige bezwaren van eiser, zoals de ouderdom van voorzieningen en ligging nabij het spoor, worden afgewezen omdat verweerder deze aspecten voldoende heeft onderbouwd.
De uitspraak benadrukt het belang van transparantie en inzichtelijkheid in de onderbouwing van WOZ-waarden, met name bij het gebruik van indexeringspercentages en vergelijkingsmethoden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en stelt de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €408.000,-.