ECLI:NL:RBMNE:2022:4734
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde bedrijfsobject met huurwaardekapitalisatiemethode en ficties Wet WOZ
Eiseres betwist de vastgestelde WOZ-waarde van een bedrijfsobject, een monumentale winkel met opslagruimte, voor het belastingjaar 2021. Verweerder heeft de waarde bepaald op € 246.000 via de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij huurwaarde en kapitalisatiefactor zijn afgeleid uit referentieobjecten en verkooptransacties.
Eiseres voert aan dat de oppervlakte onjuist is vastgesteld en dat het verkoopcijfer gecorrigeerd moet worden vanwege de verhuurde staat van het object, met een voorgestelde correctie van 15%. Verweerder stelt dat de bruto vloeroppervlakte juist is gehanteerd en dat geen correctie op het verkoopcijfer nodig is omdat het huurcontract geen langdurige verplichtingen bevat.
De rechtbank oordeelt dat de bruto vloeroppervlakte passend is en dat het eigen verkoopcijfer niet zonder meer kan worden gebruikt zonder correctie vanwege de fictie van vrije opleverbaarheid volgens artikel 17, tweede lid, Wet WOZ. De rechtbank volgt eiseres deels in het standpunt dat een correctie nodig is, maar wijst het voorgestelde percentage af wegens gebrek aan concrete onderbouwing.
De huurwaarde is aannemelijk gemaakt aan de hand van vergelijkbare referentieobjecten in dezelfde straat en met vergelijkbare kenmerken. Ook de kapitalisatiefactor is onderbouwd met een referentieobject dat leeg stond bij verkoop. De rechtbank ziet geen aanleiding om de vastgestelde WOZ-waarde te verlagen en wijst het beroep af. De coronacrisis speelt geen rol omdat de waardepeildatum vóór de pandemie ligt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van € 246.000 wordt bevestigd.