ECLI:NL:RBMNE:2022:4733
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning in Utrecht voor belastingjaar 2021
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning in Utrecht, vastgesteld op €1.397.000 voor het belastingjaar 2021 met waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €1.171.000 voor. De gemeente handhaaft de vastgestelde waarde.
De rechtbank beoordeelt of de vastgestelde WOZ-waarde de waarde in het economisch verkeer juist weerspiegelt. Verweerder heeft een waardeoverzicht met referentiewoningen overgelegd, waarbij rekening is gehouden met inhoudsmaten, perceeloppervlakte en kenmerken van de woningen. Eiser voert onder meer aan dat de inhoudsmaten van referentiewoningen onjuist zijn vastgesteld, dat er onvoldoende rekening is gehouden met luxeverschillen, en dat de ligging en onderhoudstoestand van zijn woning waardeverminderend zijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De door eiser aangevoerde bezwaren, zoals de inhoudsmaten, luxeverschillen, verkeersoverlast en onderhoudstoestand, zijn onvoldoende onderbouwd of niet aannemelijk gemaakt. Ook de stelling dat de uitspraak op bezwaar niet deugdelijk is gemotiveerd wordt verworpen. Een verzoek om nadere onderbouwing van de indexering wordt buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €1.397.000 bevestigd.